Geschiedenis

manuscriptkaart van der vleutenAls vroegste voorganger van de St. Petrus’-Bandenkerk geldt een tufstenen preromaans zaalkerkje uit ca. 985, dat midden 12e eeuw wordt uitgebouwd tot een driebeukige romaanse basilica. Deze verbouwing valt samen met de verheffing tot kapittelkerk omstreeks 1150. In de middeleeuwen groeit deze uit tot het religieuze centrum van het uitgestrekte dekenaat Hilvarenbeek, dat grofweg heel Noord-Brabant ten westen van de Dommel omvatte.

Vanaf 1300 wordt het gebouw gefaseerd vervangen door een gotische kerk in baksteenopbouw; het oorspronkelijke bouwmateriaal wordt verwerkt in tufstenen speklagen. De inpandige toren brandt in 1448 volledig af, waarna wordt begonnen met de bouw van de huidige, uitpandige toren. De architect ervan is onbekend maar wordt vermoed in de omgeving van het Mechelse bouwmeestersgeslacht Keldermans.

In de 16e eeuw worden verschillende uitbouwen gerealiseerd, waaronder in 1585 aan de zuidzijde van de toren. Dit gebouwtje heeft dienst gedaan als torenportaal, doopkapel en brandweerhuisje en de bovenetage als gevangenis; ernaast bevond zich ooit de (boter)waag. Door het verhogen van de zijbeuken verkrijgt de kerk haar definitieve vorm van gotische pseudobasiliek.

In 1615 brandt de torenspits na blikseminslag volledig af. De huidige torenspits uit 1621 – waarschijnlijk een getrouwe kopie van de verwoeste voorganger – wordt gebouwd door Symon van der Bilt, meester-timmerman uit Oisterwijk.

beekse toren wo2

Pas tijdens de Tweede Wereldoorlog is de toren weer serieus in gevaar. De luidklokken en de klokken van het carillon worden in 1943 door de bezetter gevorderd om tot kanonnen te worden omgesmolten. Beschietingen in oktober 1944 richten ook de nodige schade aan. Na de oorlog zijn drie eeuwenoude klokken weer opgespoord en teruggeplaatst in de toren.

Volg de Beekse Toren ook op Facebook: